Opvoeden? Een CEO kan er nog wat van leren.

6 augustus 2019

Nieuwsbrief Kleine Kruishoeve

Een goede leider worden is iets wat je kan leren. De paarden helpen je hierbij. Hier zie je de hengst Cantoar aan het werk.
Leiding geven – zelfleiderschap – opvoeding

Kinderen opvoeden vertoont eigenlijk veel overeenkomsten met leiding geven aan personeel in een bedrijf. Je taak als ouder kan je dus eigenlijk een beetje vergelijken met de job van een CEO.
 
  

'Goed leiderschap en goed ouderschap zijn eigenlijk gebaseerd op twee pijlers: grenzen aangeven en het evenwicht leren tussen ondersteuning en sturing.'

 

 Ondersteuning en sturing. Een delicaat evenwicht!

In elke situatie, zowel bij het opvoeden van een kind als in een bedrijf, is het uitermate belangrijk om na te gaan waarmee je op het moment zelf te maken hebt.

Het feit of je streng gaat zijn of juist meer vrijheid gaat geven hangt volledig af van de persoon en van de situatie waarmee je geconfronteerd wordt. Dat maakt het nu juist zo moeilijk. Er is geen standaard handleiding die je de regels geeft om juist te handelen.

Oefening baart kunst en je leert uit eerder gemaakte fouten. Bij een tweede kind loopt het  opvoeden meestal al een stuk vlotter dan bij de eerste telg.

Hetzelfde geldt voor een bedrijfsleider: hij leert (hopelijk) steeds bij uit eerdere negatieve ervaringen.
Het is erg belangrijk om in te zien dat opvoeden en leiderschap in het algemeen leerprocessen zijn, waarbij het essentieel is dat je fouten maakt en bereid bent om bij te leren.
Sommigen onder ons hebben van nature een talent om aan te voelen wanneer ze streng moeten zijn en wanneer ze de  eerder wat moeten laten vieren. Dit talent is niet alleen goud waard in de opvoeding, maar levert ook bazen met tevreden werknemers die bergen werk verzetten en die steeds gemotiveerd blijven.
 
 


In de workshops maak ik dit wat duidelijker aan de hand van een schema:  ‘de vier aanpakken’.
 
In dit schema wordt het meest efficiënte evenwicht tussen sturend gedrag (= streng zijn/ weinig vrijheid geven) en ondersteunend gedrag (= veel vrijheid geven/met losse teugel rijden) in een diagram voorgesteld. Dit gebeurt in functie van de situatie waar het kind /werknemer en de ouder/werkgever zich onderling bevinden. Voor alle duidelijkheid de term ‘meest efficiënte’ geldt voor BEIDE partijen.


  

 
Je aanpak als ouder of als werkgever hangt natuurlijk in de eerste plaats af van met wie je te maken hebt: 
  • Kinderen of werknemers die ervaren zijn,maar weing gemotiveerd (pubers zijn hier vaak een typisch voorbeeld van).
   
  • Kinderen of werknemers die ‘beginners’ zijn. Die alles nog moeten leren. Vaak zijn ze sterk gemotiveerd. Ze willen zichzelf bewijzen. (eerste leerjaar).
 
  

Aanpak 1:

Leiden. Veel sturing, weinig ondersteuning. Voor beginnende werknemers of kinderen die iets nieuws gaan aanleren en nog niet zelfstandig aan de slag kunnen gaan. Geef goede en duidelijke instructies (bv.voetbal).
 
Aanpak 2:

Begeleiden. Veel sturing en veel ondersteuning. Voor werknemers/kinderen die wel willen, maar nog niet kunnen zelfstandig werken. Ze werken al even in het bedrijf/ ze kennen al een paar letters, maar ze zijn onzeker omdat ze nog niet de juiste kennis hebben om het werk uit te voeren/ een tekstje te lezen. Ze zijn actief, maar ze lopen tegen problemen aan.

!  Overtuig ze dat ze het wel kunnen.
!  Geduld is een mooie deugd.
 

 
Aanpak 3:

Steunen. Veel ondersteuning en HEEL beperkt sturen. Voor werknemers/kinderen die wel kunnen maar (tijdelijk) niet willen. Ervaren krachten/leerlingen die te veel werk hebben liggen of teveel andere ‘issues’ aan hun hoofd hebben, waardoor ze niet kunnen presteren. Ze zijn terughoudend en onzeker.
! Hier maken veel leidinggevenden en ouders de fout om te veel sturing te geven. Bij deze aanpak speelt loslaten en vertrouwen op de capaciteiten van je kind of werknemer een cruciale rol. Veel mensen vinden dit een moeilijke.
! Steun hen in hun werkzaamheden en toon interesse in hun’ issues’. Ga in gesprek en vraag wat er aan de hand is. Bied oplossingen aan, maar dring ze zeker niet op. Overleg veel. Laat zien dat hun mening telt.
! Geduld is een mooie deugd.
! Neem niets persoonlijk.
 
Aanpak 4:

Delegeren. Beperkt steunen en sturen. Werknemers/ kinderen kunnen en willen hun werk uitvoeren.  We zien hardwerkende, tevreden en zelfstandige werknemers/kinderen. Ze komen wel naar jou als ze ergens tegenaan lopen. De ultieme betrachting van elke werkgever en iedere ouder.
! in deze aanpak werkt veel ondersteuning, hoe goed bedoeld ook, belemmerend. Een moeilijke voor de controle freaks en perfectionisten onder ons. Ouders en werknemers hebben vaak de neiging om te denken dat ze te weinig doen. Geef je kinderen/werknemers vertrouwen en wees zeker niet zuinig met complimenten. Zo laat je zien dat je er bent als ze je nodig hebben. Durf ze los te laten.
 
 
Noot:

Door factoren (echtscheiding, ruzie met vriendinnen, gepest worden....) kan de situatie elke keer weer veranderen. Je moet dan alles weer gaan herbekijken en je aanpak eventueel gaan veranderen. Het blijft een uitdaging.
Het herkennen van deze factoren is essentieel om tot goed leiderschap te komen of om kinderen een goede opvoeding te geven. Hier komt het belang van de tweede peiler aan bod: grenzen leren herkennen en aangeven.
  

 
Wil je meer uitleg bij dit schema en praktische voorbeelden en toepassingen die je dadelijk kan gebruiken in de opvoeding van je kind? Wil je testen of je een goede leider bent met onze paarden?
In de workshops leer je er alles over.


 Paardengroeten

Veerle



 


 

Website by

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x